Ademhalingsontwenning

admin1o1

Fase van zorg die tot doel heeft de patiënt zijn ademhalingsautonomie terug te geven. De hulpniveaus op de beademingsmachine worden geleidelijk verlaagd, afhankelijk van de duur van de acute fase, kunnen patiënten meer of minder spiermassa hebben verloren. Het tijdelijk gebruik van een tracheotomie kan het ontwenproces bevorderen en versnellen, waardoor de patiënt enkele uren per dag van de beademingsmachine kan worden ontkoppeld, terwijl toch de mogelijkheid behouden blijft om hem opnieuw aan te sluiten, vooral ’s nachts en tijdens rustperioden. Spierrevalidatie is ook zeer belangrijk in dit proces: in een stoel zetten, verticaliseren, enzovoort zijn allemaal manieren om de borstkas van de patiënt weer op te bouwen en hem te helpen sneller te herstellen.